Op straat vechten

“Nooit op straat een gevecht beginnen. Maar je moet het wèl beëindigen. Krijg je ruzie, dan laat je je niet in elkaar slaan. Maar wanneer ik hoor dat je op straat haantjesgedrag vertoont, dan kun je wegwezen vriend.”
“Je moet de naam van Kamakura hooghouden. We hebben je geleerd: niet beginnen. Dat is het stomste wat je kunt doen. Pas als er iemand aan je zit, moet je beginnen en dan hoef je die ander ook niet meer met rust laten. Dus een corrigerend tikje uitdelen en afwachten wat dat doet. Er vól in.”

“Ik zal een leuk voorbeeld geven. Er ging iemand van Kamakura in de trein op vakantie. Alle passagiers in die trein werden bedreigd door een meneer. Iedereen werd lastig gevallen. Die meneer komt bij de man van Kamakura en begint met 'wil je vechten'. De man zegt: 'nee ik hoef niet te vechten, want ik ben bang voor je'. Dus die meneer dacht dat hij nu pas een echt slachtoffer had begonnen en die ging verder.  Die begon aan de vechter van Kamakura te zitten. Nou, toen kreeg hij ze. Tot bloedens toe. Hij ligt nu nóg.”

“Nee, je speelt dan geen eigen rechter. Niemand moet jou lastig vallen. Het staat in de wet dat dat niet mag in Nederland. Je moet niemand lastig vallen. Dat doen wij ook niet.”

“Maar: nooit beginnen. Nooit. Wel eindigen. Ik stimuleer het niet, maar ik leer iedereen hier spelenderwijs dat ze niet aan je moeten komen. Schelden doet geen pijn. Dan denk je bij jezelf: stomme idioot. Maar aan je zitten, nee! Dat ze de volgende keer denken: o, die pak ik niet meer.”