Van Groningen naar Letland

Written by Vilan van de Loo on .

 “Het Katsu Gala is zoals een karategala hoort te zijn. Gewoon en gezellig. Alles klopt. Je mag als vechter je eigen muziek meenemen, dat vinden die jongens en meisjes leuk.  Dat hebben ze in Winsum goed gezien. Het gaat er gemoedelijk aan toe, al zou je dat niet verwachten van het noorden. Ze zijn het Brabant van het Noorden. Misschien ben ik erbij, maar waarschijnlijk zit ik in Riga, in Letland. Daar wordt op 23 november een nieuwe Kamakura dojo geopend. Edmund Kirsis gaat het daar doen.”

“Kirsis draait al een tijdje mee in de vechtsport. Hij heeft een tijdje in een dalletje gezeten. Verkeerde vrienden gehad, meegesleept geraakt, het kan bijna iedereen overkomen. Nu is alles om hem heen beter geregeld.  Duncan Smit en ik gaan naar de opening. We geven dan ook een seminar.”

 
“Wat de UFC gaat doen als ze twintig jaar bestaan, weet ik niet. Ik heb in ieder geval niet gehoord dat ze iets met de vechters van het eerste uur willen doen. Voor mij maakt het niet veel uit, maar ik krijg nog steeds post over mijn wedstrijden toen. De UFC bestaat twintig jaar en de sport heeft zich goed ontwikkeld. Het is nu netjes. Clean. Je kunt er met je kinderen heen. In 1993 waren er minder regels en was er dus ook meer risico. Dat is nu niet meer. Technisch is het heel goed. Maar ik kan er niet naar kijken op de televisie. De spanning is eruit gehaald.”
 
“We zijn begin november naar het Dutch Open in Breda geweest. Daar heeft onze Cem Senol goud gewonnen in de categorie superzwaargewicht. Jennifer Helder en Jordan van Poelgeest gingen ook met een gouden beker naar huis. Dan zie je hoe leuk die kinderen het vinden en dan vind ik het ook leuk. Die wedstrijden zie ik liever dan iets van de UFC. Maar dat is wel de organisatie waar het grote geld te verdienen valt.”
 
“In Italië heb ik een supertalent gezien in de karateschool van Andrea Stoppa. Hij heet Ivan Tommasetti. Als die de UFC kan binnenkomen, weten ze niet wat ze meemaken. Een kleine man, beetje flaporen, lief en aardig tegen iedereen, tot het gevecht begint. Dan is het een moordenaar, bij wijze van spreken. We moeten hem nog bijspijkeren in het staand gevecht. Brazilian jiu jitsu beheerst hij dus op de grond hoeven we hem niks meer te leren. En zijn mentaliteit moet wat harder. Sorry zeggen tegen de tegenstander en vragen of het pijn deed, dat werkt daar niet.”