Kata's kennen

Written by Vilan van de Loo on .

“Een kata is een schijngevecht, maar dan met vaste bewegingen, die je vloeiend moet kunnen uitvoeren, net als bij een gevecht. Het gaat om de balans die je in jezelf moet hebben. Een vechter staat en moet in een andere stand komen om iets te kunnen doen. Maar hoe kom je in die stand? Daar zijn deze oefeningen voor. Basisoefeningen. Je leert concentratie en beheersing. Dat is karate.”

“Maar je moet wéten wat je doet in je kata. Waaròm doe je zus en niet zo? Op elk momentje moet je even stoppen om te zien of de balans goed is. Natuurlijk kun je ook zeggen: je moet zo en zo doen, dan kopiëren ze het in de training. Maar: hebben ze dan ook door wat ze doen? Nee. Dan ga je kata's lopen en dan zeg je: 'kijk, net deed je zo, en nou doe je het in een kata in deeltjes en dan doe je het ook.' Dan valt het kwartje.”

“Als je derde dan wil worden, moet je je eigen kata maken. Die moet je opschrijven en tijdens je examen lopen. Dat is altijd in ons zomerkamp. Die kata duurt net zo lang of zo kort als jij wil. Ga maar doen. Ga maar lopen. En dan lezen wij wel wat je doet. Goed bewegen, mooi gemaakt, het is jouw ding. Nou, bedankt. Klaar. Dat is het. Maar je moet wel energie erin stoppen want jouw kata mag niet op de bestaande 24 kata's lijken. Wanneer jij je kata wilt bewaren, dan moet je dat zelf weten. Wij doen er niks aan. We hebben er geen archief voor, anders zitten we straks met 84 miljoen kata's.”

“Er zijn honderdduizend mensen die aan karate doen en ik denk dat tien procent ervan kan vechten, waarvan drie procent op het hoogste niveau. Wat doen die andere mensen dan, moet je die op de wc zetten? In de keuken? Die doen allemaal karate. Een onderdeel daarvan is techniek, een onderdeel is kata's lopen, een onderdeel is lesgeven, een onderdeel is vechten. Al die facetten bij elkaar maakt iemand tot een karateka.
Maar mis je een facet, dan ben je niet af. Dus dan ga je daaraan werken. Dat duurt een jaartje. Of twee of drie. Of tien jaartjes. Je hoeft toch nergens naar toe?”

“Kata's zijn niet populair omdat de mensen het niet snappen. Ik deed vroeger ook nooit kata's, alleen maar voor mijn examens. Ik vond er toen niks aan, want ik snapte het niet. Nooit wetende, dat mijn leraar mij in verschillende dachi (standen) had gezet. Pas toen ik erop gewezen werd, zag ik het.”

“In Japan beginnen ze met kata's. Alleen maar kata's. En dan ben je vijf jaar verder, dan mis je vijf jaar in het vechten, dan moet je nog vijf jaar ervaring op doen en dan ben je tien jaar verder. Pas dán mag je een beetje vechten. In Nederland beginnen we meteen met vechten en daarna gaan we het over kata's hebben. In het gevecht zitten alle kata''s maar dat snap je later pas.”

“Je merkt bijvoorbeeld: die stap en die stoot zijn goed uitgevallen. Ja, dat was die en die kata. Zo leer je het verband. Maar dat moet je wel willen leren en iemand moet het je kunnen uitleggen. En daarna moet jij het snappen en eraan werken. “Wat bedoelt hij ermee en waarom is dat?' “O ja... dat is daarvoor.” We hebben hier een fotoboek waarin de vierentwintig kata's van het kyokushin karate staan, dat is het Oja-boek. Je kunt geen kata daaruit leren maar als je denkt, hoe ging deze kata ook al weer verder, dan kijk je in dat boek: oja!”

“In elke les zijn we met kata's bezig. Wittebanders lopen eenvoudige kata's. Hoe hoger je bent, hoe meer kata's je moet beheersen. Kom er hier iemand met een bruine band die zijn kata's niet kent, dan neem ik die bruine band af. Want iedereen kijkt naar die bruine band. Niet naar het mannetje. Naar de band. Een wittebander, een nieuweling, die gaat aan hem vragen stellen en dan weet hij het niet. Dat wil ik hier niet hebben.”

“Als je niet vecht, kun je geen kata's trainen. Want dan moet je heel veel energie stoppen in het aanleren van de kata's. Maar als je ondervindt wat de bedoeling ervan is, dan leer je het gemakkelijker. Bij elkaar is het één geheel. Simpel, hè?”